Wat oestrogeen, glucose en ketonen ons kunnen vertellen over het ouder wordende vrouwenbrein
“Het vrouwenbrein na de overgang ondergaat belangrijke veranderingen in de energievoorziening.”
Veel vrouwen merken rond de overgang veranderingen die verder gaan dan opvliegers: brain fog, vergeetachtigheid, slechtere concentratie, vermoeidheid en veranderingen in slaap. Vaak worden deze klachten simpelweg toegeschreven aan “de hormonen”.
Maar achter die hormoonverandering speelt iets veel fundamentelers: de energievoorziening van de hersenen verandert.
Onderzoek laat zien dat oestrogeen niet alleen een voortplantingshormoon is. In het brein helpt oestrogeen onder andere bij het opnemen en verwerken van glucose, het functioneren van mitochondriën en het produceren van ATP: de energie waarmee hersencellen werken.
Wanneer tijdens de peri- en postmenopauze de hoeveelheid oestrogeen sterk verandert en uiteindelijk daalt, moet het vrouwenbrein zich dus ook metabool aanpassen.
En juist daar wordt het interessant.
De hersenen draaien voornamelijk op glucose
Onder normale omstandigheden is glucose de belangrijkste energiebron van onze hersenen.
Via het bloed bereikt glucose de hersenen, waarna het door hersencellen wordt opgenomen en uiteindelijk in de mitochondriën wordt omgezet in ATP.
Oestrogeen ondersteunt verschillende stappen in dit proces. Het beïnvloedt onder andere glucosetransporters, glycolyse en mitochondriale energieproductie.
Bij afnemend oestrogeen kan deze efficiënte samenwerking verminderen.
In een onderzoek onder gezonde vrouwen tussen 40 en 60 jaar werden met FDG-PET-scans verschillen in hersenglucosemetabolisme gevonden tussen premenopauzale, perimenopauzale en postmenopauzale vrouwen. De overgang ging samen met een lager glucosemetabolisme en veranderingen in mitochondriale activiteit.
Dit betekent niet dat iedere vrouw na de overgang plotseling herseninsulineresistent wordt.
Wel lijkt bij een deel van de vrouwen een toestand te ontstaan waarin het brein glucose minder efficiënt kan benutten.
Je zou dit kunnen zien als een verandering in de metabole flexibiliteit van het brein.
Maar de hersenen hebben een reservebrandstof
Gelukkig is glucose niet de enige brandstof die de hersenen kunnen gebruiken.
Er bestaat een krachtig alternatief:
ketonen.
De belangrijkste zijn:
- bèta-hydroxybutyraat;
- acetoacetaat.
Ketonen worden voornamelijk door de lever gemaakt uit vetzuren wanneer insuline relatief laag is en er meer vet wordt vrijgemaakt uit het vetweefsel.
Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens langere periodes zonder eten, lichamelijke activiteit of een relatief lage koolhydraatinname.
Ketonen passeren gemakkelijk de bloed-hersenbarrière en kunnen vervolgens door hersencellen worden omgezet in acetyl-CoA en ATP.
Het opmerkelijke is dat onderzoek bij mensen met milde cognitieve achteruitgang en vroege Alzheimer laat zien dat het vermogen om glucose te gebruiken al verminderd kan zijn, terwijl de opname en verwerking van ketonen nog grotendeels intact blijft.
Dat maakt ketonen vanuit biochemisch oogpunt bijzonder interessant.
Het brein kan dus van brandstof veranderen
Tijdens de menopauzale overgang lijkt het vrouwenbrein zich aan te passen aan een lagere beschikbaarheid of verwerking van glucose.
Experimenteel onderzoek laat zien dat enzymen en transportsystemen voor het gebruik van ketonen en vetzuren dan actiever kunnen worden.
Simpel gezegd:
glucosegebruik ↓
alternatieve brandstoffen ↑
Dat lijkt in eerste instantie een slimme overlevingsstrategie.
Wanneer glucose minder gemakkelijk beschikbaar is, gebruikt het brein een andere energiebron.
Maar daar ontstaat een belangrijke vraag:
wat gebeurt er wanneer er ook nauwelijks ketonen beschikbaar zijn?
Kan het brein dan eigen vetten gaan gebruiken?
Hier komen we bij een fascinerend, maar belangrijk onderscheid tussen bewezen humane gegevens en experimenteel onderzoek.
In diermodellen van de menopauze is gevonden dat wanneer de glucoseverwerking in het brein afneemt, de activiteit van enzymen voor vetzuurmetabolisme toeneemt.
Omdat lange-keten vetzuren niet zomaar vanuit het bloed de hersenen binnenkomen, betekent een duidelijke verhoging van lokaal vetzuurmetabolisme dat een deel van die vetten uit het brein zelf moet komen.
Een belangrijke voorraad lipiden in het brein bevindt zich in:
- celmembranen;
- ondersteunende hersencellen;
- en vooral myeline.
Myeline is de vetrijke isolatielaag rond zenuwvezels en bestaat voor ongeveer 70–80% uit lipiden.
Onderzoekers hebben daarom voorgesteld dat tijdens een langdurige metabole energietekorttoestand hersenlipiden kunnen worden gemobiliseerd als alternatieve energiebron. Daarbij zou ook myeline kunnen worden aangesproken.
Dit mechanisme is vooral aangetoond in dier- en mechanistisch onderzoek. We kunnen daarom niet stellen dat bij iedere postmenopauzale vrouw “myeline wordt opgegeten”.
Maar het biologische principe is interessant genoeg om serieus te nemen.
“Eet het brein zichzelf dan op?”
Letterlijk: nee.
Maar als metafoor raakt de uitspraak wel iets belangrijks.
Wanneer een hersencel onvoldoende toegang heeft tot zijn voorkeursbrandstof glucose, zal het systeem proberen alternatieve energiebronnen beschikbaar te maken.
Eerst kan daarvoor perifere energie worden gebruikt:
vetweefsel
→ lever
→ ketonen
→ hersenen.
Wanneer die alternatieve brandstof onvoldoende aanwezig is, suggereren experimentele modellen dat het brein sterker gebruik kan gaan maken van lokaal aanwezige lipiden.
Daarmee ontstaat theoretisch een situatie waarin een orgaan met een energieprobleem voor een deel zijn eigen structurele vetvoorraad aanspreekt.
En langdurige mobilisatie van structurele lipiden is vanzelfsprekend iets anders dan gezonde metabole flexibiliteit.
De paradox van ons moderne voedingspatroon
Daar komt nog een interessante gedachte bij.
Iemand kan méér dan voldoende calorieën eten en tegelijkertijd weinig ketonen produceren.
Bij een voedingspatroon waarbij gedurende de dag regelmatig glucose wordt aangevoerd:
glucose ↑
→ insuline ↑
→ vetafbraak ↓
→ ketonproductie ↓.
Voor een jong, metabool flexibel brein hoeft dat geen probleem te zijn.
Maar stel dat na de overgang tegelijkertijd:
- de glucoseverwerking in bepaalde hersengebieden vermindert;
- de insulinegevoeligheid achteruitgaat;
- mitochondriën minder efficiënt functioneren;
- én er vrijwel nooit ketonen beschikbaar zijn.
Dan zou theoretisch een merkwaardige situatie kunnen ontstaan:
energie genoeg in het lichaam, maar onvoldoende bruikbare brandstof in bepaalde hersencellen.
Een soort metabole hongersnood te midden van overvloed.
En hier raakt het verhaal aan Alzheimer
Een verminderd hersenglucosemetabolisme wordt al jaren vóór duidelijke cognitieve klachten bij mensen met een verhoogd Alzheimer-risico gezien.
Bij mild cognitive impairment en Alzheimer wordt dat verschil steeds duidelijker.
Interessant genoeg blijft het vermogen van de hersenen om ketonen op te nemen in deze vroege stadia relatief goed behouden.
Daarmee ontstaat een ander perspectief op Alzheimer.
Misschien moeten we niet alleen kijken naar wat zich uiteindelijk in een beschadigd brein ophoopt, zoals amyloïd en tau.
We moeten óók vragen:
kreeg dit brein jarenlang voldoende energie?
Bij vrouwen kan de menopauze daarbij een belangrijk metabolisch keerpunt zijn.
De huidige kennis ondersteunt een mogelijk traject als:
oestrogeen ↓
→ glucosemetabolisme ↓
→ mitochondriale energieproductie onder druk
→ behoefte aan alternatieve brandstof ↑
→ ketonen en vetmetabolisme ↑.
Wanneer die aanpassing goed verloopt, kan het brein waarschijnlijk metabool flexibel blijven.
Wanneer dat onvoldoende lukt, kunnen energietekort, oxidatieve stress, neuro-inflammatie en uiteindelijk neurodegeneratieve processen elkaar versterken.
Betekent dit dat iedere vrouw ketogeen moet eten?
Nee.
Daarvoor is het onderzoek nog lang niet ver genoeg.
Bovendien gaat metabole gezondheid over veel meer dan het produceren van zoveel mogelijk ketonen.
Veel waarschijnlijker is dat het gaat om het behouden van metabole flexibiliteit:
het vermogen om glucose goed te verwerken wanneer die beschikbaar is én vetten en ketonen te gebruiken wanneer dat nodig is.
Beweging, spiermassa, slaap, gezonde insulinegevoeligheid, voldoende voedingsstoffen en een voedingspatroon zonder voortdurende glucose- en insulinepieken kunnen allemaal onderdeel zijn van die metabole flexibiliteit.
Onderzoek bij mensen met milde cognitieve achteruitgang laat bovendien zien dat verhoging van ketonbeschikbaarheid daadwerkelijk de hoeveelheid energie uit ketonen in de hersenen kan verhogen. In een gerandomiseerd onderzoek verhoogde een ketogene MCT-drank het hersenketonmetabolisme sterk, terwijl ook enkele cognitieve uitkomsten verbeterden. Dat is veelbelovend, maar nog geen bewijs dat ketonen Alzheimer voorkomen of genezen.
Een andere kijk op het vrouwenbrein na de overgang
De overgang is dus niet alleen een verandering van de voortplantingshormonen.
Het is ook een belangrijke metabole overgang voor het brein.
Een gezond brein moet zich kunnen aanpassen:
van een sterk oestrogeen-ondersteund glucosemetabolisme naar een situatie waarin het efficiënter moet kunnen schakelen tussen verschillende energiebronnen.
En misschien ligt juist in dat vermogen om te schakelen een belangrijk onderdeel van gezond ouder worden.
Niet de vraag:
“Hoeveel glucose krijgt het brein?”
maar:
“Kan het brein de aangeboden energie nog gebruiken — en heeft het een alternatief wanneer dat niet lukt?”
Dat is een vraag die we bij de gezondheid van vrouwen na de overgang veel vaker zouden mogen stellen.
Wetenschappelijke bronnen
Perimenopause as a neurological transition state
Brinton RD et al., Nature Reviews Endocrinology (2015)
Mosconi L. et al. Perimenopause and emergence of an Alzheimer’s bioenergetic phenotype in brain and periphery. PLoS One, 2017. Humane FDG-PET- en mitochondriale studie bij gezonde vrouwen.
Brinton RD et al. Perimenopause as a neurological transition state. Nature Reviews Endocrinology. Beschrijft de rol van oestrogeen in glucosemetabolisme en de overgang naar keton- en vetmetabolisme.
Croteau E. et al. A cross-sectional comparison of brain glucose and ketone metabolism in cognitively healthy older adults, mild cognitive impairment and early Alzheimer’s disease. Experimental Gerontology, 2017. PET-onderzoek naar glucose- en ketonmetabolisme.
Cunnane SC et al. Can ketones compensate for deteriorating brain glucose uptake during aging? Annals of the New York Academy of Sciences.
Fortier M. et al. A ketogenic drink improves brain energy and some measures of cognition in mild cognitive impairment. Alzheimer’s & Dementia, 2019. Onderzoek ondersteund door onder andere Canadese publieke onderzoeksfinanciering.
Wang T. et al. APOE4 accelerates menopause-associated brain metabolic shift and disrupts bioenergetic adaptation. Frontiers in Aging Neuroscience, 2026. Recent mechanistisch onderzoek dat laat zien hoe APOE4 de metabole aanpassing rond de menopauze kan beïnvloeden; het betreft een muismodel en moet dus niet rechtstreeks naar vrouwen worden vertaald.