Ontlastingsonderzoek – gericht inzicht in darmen en spijsvertering

Aanhoudende darmklachten kunnen verschillende oorzaken hebben. Alleen naar losse symptomen kijken, geeft niet altijd voldoende informatie. Met gericht ontlastingsonderzoek kan worden onderzocht of er aanwijzingen zijn voor verstoringen in de vertering, het microbioom, de afweer van het darmslijmvlies of ontstekingsactiviteit.

Niet iedereen heeft hetzelfde onderzoek nodig. Daarom begin ik met een uitgebreide intake en kies ik daarna alleen de bepalingen die bij jouw klachten en voorgeschiedenis aanvullende informatie kunnen geven.

Wanneer kan ontlastingsonderzoek worden overwogen?

Een onderzoek kan bijvoorbeeld passend zijn bij:

  • een opgeblazen buik, veel gasvorming of buikpijn;
  • langdurige diarree, verstopping of wisselende ontlasting;
  • sterk ruikende, vettige of onverteerde ontlasting;
  • klachten na een antibioticakuur of darminfectie;
  • vermoedens van parasieten, gisten of ongunstige bacteriën;
  • terugkerende voedselreacties of een gevoelige spijsvertering;
  • aanhoudende klachten waarbij de darm mogelijk een rol speelt.

Deze klachten betekenen niet automatisch dat een uitgebreid ontlastingsonderzoek nodig is. Soms geven voeding, medicatiegebruik, leefstijl of eerder medisch onderzoek al voldoende richting.

Wat kan worden onderzocht?

De precieze samenstelling verschilt per onderzoeksprofiel. Mogelijke onderdelen zijn:

Microbioom en micro-organismen

  • residente bacteriën die normaal in de darm thuishoren;
  • transiënte of potentieel ongunstige bacteriën;
  • gisten en schimmels;
  • parasieten, wanneer daar een concrete aanleiding voor is.

Een gevonden bacterie of afwijkende verhouding hoeft op zichzelf niet de oorzaak van klachten te zijn. De uitslag wordt altijd in samenhang met het klachtenbeeld beoordeeld.

Vertering en opname

  • pH en kenmerken van de vertering;
  • resten van vetten, eiwitten of koolhydraten;
  • pancreaselastase, als aanwijzing voor de afgifte van spijsverteringsenzymen door de alvleesklier.

Darmslijmvlies en afweer

  • secretorisch IgA (sIgA): geeft informatie over de lokale afweer van het darmslijmvlies;
  • beta-defensine 2: is betrokken bij de aangeboren afweer in de darm;
  • alpha-1-antitrypsine: kan informatie geven over verlies van eiwitten en de toestand van de darmbarrière;
  • zonuline: wordt soms gebruikt als aanvullende, indicatieve marker voor de darmbarrière, maar mag niet als zelfstandige diagnose worden geïnterpreteerd;
  • EPX: kan aanwijzingen geven voor activiteit van eosinofiele afweercellen in de darm.

Ontstekings- en bloedingsmarkers

  • calprotectine: kan aantonen of er ontstekingsactiviteit in de darm aanwezig is, maar vertelt niet zelfstandig wat de oorzaak daarvan is;
  • lactoferrine: kan eveneens passen bij ontstekingsactiviteit;
  • hemoglobine of transferrine: kan worden bepaald om niet-zichtbaar bloed in de ontlasting op te sporen.

Bij duidelijk verhoogde ontstekings- of bloedingsmarkers is beoordeling door de huisarts en eventueel regulier vervolgonderzoek belangrijk.

Hoe verloopt het onderzoek?

  1. Intake: we brengen klachten, ontlastingspatroon, voeding, medicatie, voorgeschiedenis en eerder onderzoek in kaart.
  2. Onderzoeksvoorstel: je krijgt uitleg over het passende profiel, de kosten en wat het onderzoek wel en niet kan aantonen.
  3. Monsterafname: je ontvangt een testset met instructies om thuis ontlasting te verzamelen.
  4. Laboratoriumanalyse: het monster wordt volgens de instructies naar het laboratorium gestuurd.
  5. Bespreking: ik beoordeel de uitslag samen met jouw intake en bespreek de belangrijkste verbanden en vervolgstappen.

Van uitslag naar persoonlijk plan

Een uitslag is geen losstaand behandeladvies. Ik combineer de onderzoeksgegevens met jouw klachten, voeding, leefstijl en medische achtergrond. Op basis daarvan kan een persoonlijk plan worden opgesteld met voedings- en leefstijladviezen en, wanneer passend, zorgvuldig gekozen supplementen.

Soms is aanvullend onderzoek nodig. Bij vermoedens van een aandoening, duidelijke ontsteking, bloedverlies of andere alarmsignalen verwijs ik naar de huisarts.

Wanneer eerst naar de huisarts?

Neem eerst contact op met de huisarts bij bloed of pus in de ontlasting, zwarte teerachtige ontlasting, onverklaard gewichtsverlies, koorts, hevige of snel toenemende buikpijn, aanhoudende waterdunne diarree of klachten waardoor je uitdroogt. Ontlastingsonderzoek binnen de praktijk vervangt geen medische diagnostiek.

Is ontlastingsonderzoek passend voor jou?

Begin met de uitgebreide intake. Daarna beoordeel ik of ontlastingsonderzoek nodig is en welke bepalingen het meeste kunnen toevoegen.

Start met de intake

Bekijk ook het overzicht van laboratoriumonderzoek of neem contact op als je eerst een korte vraag hebt.